Jacht

Ons jachtgebied is gelegen pal in het midden van de fruitstreek. Daar groeide ik op tussen jacht, landbouw en fruitteelt. De biotoop is er erg gevarieerd. Naast velden met bieten, erwten, maïs en andere gewassen, zijn er nog een aantal prachtige beemden en verwilderde bosjes op onze jacht gelegen. Ons ( natuurlijk ) fazantenbestand is dan ook meer dan behoorlijk. Ook het haas is nog voldoende aanwezig. We zijn er dan ook zeer zuinig op. Dit in tegenstelling tot onze konijnen die we streng moeten bejagen om schade aan de fruitaanplantingen te voorkomen. In het begin van het jachtseizoen jagen we in het veld. Maar als na enkele weken de bieten en de maïs geoogst worden, trekken we naar het zwaardere werk. Beemden en bosjes waar je bijna niet doorheen kan, grote braamstruiken en netels met hier en daar omgewaaide bomen tussen.
Het is erg zwaar terrein waar heel wat honden voor passen. Zo hebben wij dan ook vele hondenrassen zien komen en gaan. Tot wij ongeveer 20 jaar geleden de eerste springer in handen kregen. Ze was nog maar 11 maanden toen ze door de bramen vloog dat het een lust was terwijl ze toch steeds contact met je hield. Apporteren deed ze van nature. We konden er gewoon niet omheen. Dit was de ideale hond voor ons jachtveld. Ondertussen zijn we al vele jaren verder en een heleboel ervaring rijker. Zo behaalde mijn Pasja als eerste springer in Nederland het A- diploma, en miste hij maar op een haar na de Nederlandse Nimrod. Hiermee werd bewezen dat springers ook uitstekende apporteerhonden zijn. Want hun taak bestaat er niet alleen in om wild op te stoten. Ze moeten er ook voor zorgen dat het binnen komt. Wanneer ik op de duiven ga , moet mijn hond rustig zijn op post en nazoeken ( waar ik het zeg ) indien nodig. Dit geld ook wanneer ik bij vrienden op de eenden ga jagen. Als ik ga fokken, vind ik het ook belangrijk dat beide ouders van nature apporteren. Niet iedereen heeft trouwens de mogelijkheden en de tijd om zijn hond het “dwang-apport” aan te leren. Springers moeten ook een natuurlijke drang hebben om de dekking in te gaan. Liefst in hoog tempo en kort rond de baas. Mensen die dit willen kunnen steeds een kleine demonstratie krijgen.

Om kwaliteit te kunnen fokken is het belangrijk dat je kan terugvallen op een sterke bloedlijn. De stammoeder, ( Goldings Scaup) in mijn ogen een topteef heb ik behouden met zowel reuen als teven. Daarnaast hebben we verschillende bloedlijnen, om bepaalde sterke eigenschappen naar boven te halen. Inteelt is hier bij ons niet aan de orde. Zo importeerden we verscheidene honden uit Engeland, Ierland, Nederland en Frankrijk uit diverse werklijnen en haalden we dekkingen in Nederland en Frankrijk. Soms fokken we een nest voor ons zelf en houden we bijna alle pups. Zo kunnen we de beste honden uit het nest selecteren, wat belangrijk is voor de verdere fok. Ons doel is een gemakkelijk trainbare en hardwerkende hond te fokken die graag apporteert, sociaal in omgang is en inzetbaar voor verscheidene soorten van jacht. Geen probleem, want deze hond luistert naar de naam Engelse Springer Spaniël.

  • English (United Kingdom)
  • Dutch-Netherlands
  • French (France)